tekst in dharma

In de zevende hemel

In Memoriam Petrus Linnemann – Sangye Chöpel (1949-2015)

Pete is in november 2014 door ons geïnterviewd over zijn ervaringen met de Borobudur. Op 25 augustus 2015 overleed hij in Albagnano. Dit is zijn verhaal zoals het is gepubliceerd in Borobudur, Boeddha’s Tuin van Vrede en Healing.

Mijn hart ging open in Dharamsala
“Zo’n vijfendertig jaar geleden verliet ik Engeland. Ik had niet echt een plan, ik volgde m’n intuïtie. Ik had een diepe innerlijke zekerheid dat ik de veiligheid van een carrière, een inkomen, een huis niet wilde. Dit soort dingen kon ik niet aan. Zo reisde ik over land eerst naar Griekenland, Turkije, vervolgens Iran. Na een jaar trok ik door naar Afghanistan. In beide landen had ik een geweldige tijd. Het voelde al een beetje bekend, hier voelde ik me meer thuis. Daarna ging ik via Pakistan naar India. Om iets om handen te hebben wilde ik Sanskriet studeren, maar ik had veel last van de hitte. Een vriend adviseerde me daarom naar het noorden, naar Dharamsala te gaan, waar een mooie Tibetaanse gemeenschap te ontdekken viel.

Dus daar ging ik heen en ik was in één woord verrukt toen iedere ervaring en gebeurtenis uit mijn leven hier op zijn plek viel. Mijn hart ging open in Dharamsala. Het was een ‘Groot Thuiskomen’. Ongeveer een jaar lang ben ik gebleven, heb vrienden gemaakt, gefeest, en ik ontmoette Lama Zopa bij wie ik een retraite heb gedaan. Dit was mijn eerste Gelug-ervaring. Daarna keerde ik terug naar Engeland en was ik betrokken bij de oprichting van een boeddhistische studiecentrum. Ik woonde vanaf toen in de omgeving van dit centrum, hier ontmoette ik mijn twee vrouwen, mijn kinderen zijn daar opgegroeid, mijn oude vrienden zijn daar. En ik ga nog steeds terug naar deze plek.

Iets ernstigs
Ondertussen, in 1996, leerde ik Lama Gangchen kennen en in 2009 ging ik voor de eerste keer mee op reis naar de Borobudur. Met dit grote en opwindende avontuur in het vooruitzicht was ik nog erg druk met allerlei zaken. Ik woonde inmiddels in Albagnano en ging vlak voor de reis een paar dagen naar Engeland voor een gezondheidscheck en familiezaken. Daarna terug naar Italië en toen ik een paar dagen later vertrok naar de Borobudur had ik een verkoudheid te pakken die snel erger werd. In het vliegtuig bekeek ik een paar films, tijdens de tussenstop in Bangkok nam ik een massage en een goede maaltijd, maar al met al voelde ik me behoorlijk miserabel. Eenmaal bij de Borobudur, een plek die heel veilig, vertrouwd en verwelkomend op mij overkwam, kon ik me volledig ontspannen en deze ontspanning nam de vorm aan van een totale instorting van mijn immuunsysteem: Ik liep een longontsteking op. Het ging erg slecht met me. Hoge koorts, moeilijk ademen, ik kon alleen maar liggen. Maar mentaal was ik zo gelukkig! Happy as Larry. Echt in de zevende hemel!
Zo’n soort ervaring –fysiek slecht maar mentaal in het paradijs – had ik eerder gehad in India, toen duurde het twee jaar. En nu zag ik dat dat een goede voorbereiding was geweest op deze ervaring. Want ik was bijna terminaal, dit drong tot me door op het moment dat Rinpoche zei: ‘We will try not to leave you here.’ ‘Dit impliceert iets heel ernstigs,’ dacht ik, ‘dit impliceert de dood.’ En in de groep zei Rinpoche: Als er dokters, healers of anderen zijn die iets kunnen doen voor Pete, graag! Daar lag ik op een bed bij de conferentiezaal, terwijl Dawn aan mijn hoofd en Manuela aan mijn voeten zat. Zij beschermden me omdat het nogal overweldigend was wat er gebeurde. Er kwamen meer dan twintig mensen op me af om me accupunctuur, massage of reiki te geven.
Zo bracht ik de tijd door. Benauwd, zwak als een baby. Ik dacht niet na over wel of niet doodgaan. Het was niet belangrijk voor me. Wel was ik me ervan bewust dat Rinpoche voor me zorgde en dat het spannend was.

Van beter naar beter
Rinpoche had Dawn gevraag om mij te vragen of ik een testament wilde schrijven. Dawn heeft me inderdaad gevraagd of ik iets wilde schrijven, maar ik dacht dat het om mijn ervaringen ging. Toen ze later vertelde wat Rinpoche had bedoeld zij ik: Nee toch, Dawn! Maar ze wilden me natuurlijk alleen maar beschermen, iedere mogelijke angst wegnemen. Die lieverds…
In ieder geval, het was mijn tijd nog niet want ik herstelde en was aan het einde van de retraite sterk genoeg om met Rinpoche naar Kathmandu te vliegen. Daar ben ik verder aangesterkt en teruggereisd naar Albagnano.
Het was een goede ervaring; de innerlijke ervaring ging van beter naar beter. Het was ziekte met een diepe betekenis. Een grote zuivering.

Monnik worden
Een paar jaar later ging ik voor de tweede keer naar de Borobudur, maar nu niet als Pete maar als Sangye Chöpel. Ik kan niet zeggen dat ik het besluit heb genomen om monnik te worden. Het was meer zoals een vriend van mij het formuleerde: ‘Als je onderweg bent en je kunt niet goed zien waar je heengaat omdat het niet helder is, dan moet je keuzes maken. Maar als het volledige panorama open voor je ligt, dan hoef je geen keuzes te maken, je gaat gewoon en neemt je stappen.’ Het is als volgt gegaan: Op een dag sprak ik met Rinpoche over mijn leven, over m’n kindertijd als rooms katholieke jongen, over m’n relatie met de kerk en religie. En over m’n ‘onmogelijkheid’ om deel te nemen aan religieuze beoefeningen, zelfs in relatie tot mijn boeddhistische leven. De helft van mijn leven was ik al boeddhistisch en bracht ik door met lama’s en sangha. Rinpoche’s reactie was duidelijk. ‘Monkhood’ gaf hij aan, en dit was het grootste geschenk wat ik ooit heb ontvangen.
Het monnik zijn veranderde ieder aspect van mijn leven. Toen ik arriveerde bij de Borobudur had ik al een naam, de zegeningen en de monnikenkledij ontvangen van Rinpoche. Dat was in de gompa in de labrang in Albagnano gebeurd, in het bijzijn van monniken van het Shar Gaden klooster in India. Het was op de geboortedag van Boeddha Sakyamuni. Bij de Borobudur heb ik samen met Liane en Daniel de geloftes ontvangen van Khen Rinpoche van het Shar Gaden klooster. Het was een ontroerende gebeurtenis.
De Borobudur voelt als een natuurlijke plaats voor mijn geest. Op een dag ging in alle vroegte, voor de groep uit, in mijn eentje naar de top van de stupa. Het was niet echt mijn bedoeling, maar op een of andere manier kwam ik de groep niet tegen. Ik ging alleen naar boven en kwam ook alleen weer naar beneden. Het was een heel persoonlijke en fijne ervaring, om deze rondgang helemaal alleen te maken.

De Borobudur is innerlijk
Een derde reis is er nooit van gekomen omdat mijn Borobudur sindsdien hier in Albagnano is. Het is iets in me maar ook buiten me. De Borobudur is voor mij een thuiskomen. Het is iets geweldigs wat Rinpoche met ons deelt. Ik heb nooit echt een huis bezeten. Vlak voordat ik de eerste keer naar de Borobudur zou gaan kon ik een stuk land kopen in Engeland waarvoor ik op een wachtlijst had gestaan. Dat gaf me een speciaal gevoel, dat ik daar iets kon opbouwen of laten groeien, hoewel ik het uiteindelijk niet heb gedaan. De Borobudur had voor mij eenzelfde resonantie. Het is een plaats waar je iets kun laten groeien, waar we de oogst kunnen delen. In feite relateer ik het aan iets in de mist van mijn geheugen, aan iets was er al was ver voordat de Borobudur is gebouwd.

Ik kom van een heel geborgen achtergrond, maar ik heb nooit echt een huis bezeten. Ik was ‘huisloos’ maar Rinpoche heeft me de Borobudur gegeven. Borobudur is thuis. Dat is een heel mooi iets om te zeggen. Thuis is veiligheid, geborgenheid, familie, voedsel… een plek waar je de deur dicht kunt doen. Dat is wat ik voel.”

(de foto is gemaakt door Jan de Ruiter)